Terug naar hoofdinhoud

Vijf moeders eisen een onafhankelijk onderzoek naar het handelen van Jeugdbescherming Noord (JB Noord) in hun dossiers.

Vijf moeders eisen een onafhankelijk onderzoek naar het handelen van Jeugdbescherming Noord (JB Noord) in hun dossiers. Volgens hen heeft de organisatie ernstige fouten gemaakt die grote gevolgen hebben gehad voor hun gezinnen.

Een jeugdbeschermer die eerder door het tuchtcollege voor de jeugdzorg is berispt, speelde daarbij volgens de vrouwen een sleutelrol. JB Noord weigert mee te werken aan een dergelijk onderzoek.

In de zaken van alle vijf moeders was dezelfde berispte jeugdbeschermer betrokken. Daarna volgden ingrijpende besluiten, zoals uithuisplaatsingen. Volgens de vrouwen zijn daarbij door de jeugdbeschermer onjuiste of onvolledige feiten gebruikt, onder meer naar de kinderrechter. Marga de Groot bevestigt dat. De Groot is vertrouwenspersoon bij het door raadsleden uit Groningen en Assen opgerichte Meldpunt JB Noord.

‘Geen enkele zaak foutloos afgehandeld’

De aanleiding voor het verzoek van de vijf moeders is een uitspraak van het tuchtcollege van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) over de jeugdbeschermer. Daarin staat dat zij in haar vorige functie bij Veilig Thuis van al haar zaken er “geen enkele foutloos” heeft afgehandeld. In meerdere dossiers moesten herstelmaatregelen worden genomen.

Ook zou zij zaken hebben afgesloten zonder verplichte veiligheidsbeoordeling en signalen van mogelijk seksueel misbruik niet hebben gedeeld met collega’s of een gedragswetenschapper. Het tuchtcollege oordeelde dat zij niet professioneel heeft gehandeld en het vertrouwen in de jeugdbescherming heeft geschaad.

Marga de Groot is als vertrouwenspersoon betrokken bij de vijf vrouwen in hun verzoek aan JB Noord om te onderzoeken wat er precies is gebeurd en mogelijk misgegaan. „Dat hun medewerker in een vorige baan slecht functioneerde had JB Noord moeten weten als ze referenties hadden opgevraagd”, stelt De Groot. „JB Noord had moeten weten dat de medewerker een berisping met openbaarmaking had, dit is voor iedereen zichtbaar op de SKJ site. Er zit iets mis bij de screening. Als ze wisten waar deze vrouw voor berispt is, hadden ze haar goed kunnen begeleiden. Nu is dat niet gebeurd.”

Niet bekend bij JB Noord

Medewerkers van het meldpunt ontdekten de uitspraak op de site van de SKJ. De uitspraak is geanonimiseerd. De Groot zegt bevestiging te hebben dat deze uitspraak over de jeugdbeschermer in kwestie gaat. De naam van de betreffende jeugdbeschermer is ook opgenomen in een lijst met alle berispte jeugdzorgmedewerkers op de site van de SKJ.

De moeders wilden weten of JB Noord op de hoogte was van deze zware kritiek en wat de organisatie daarmee heeft gedaan. Toen de naam van de vrouw in augustus 2025 op de site van de SKJ verscheen, was de vrouw al werkzaam voor JB Noord.

Uit gesprekken die de moeders voerden met bestuursvoorzitter Hemmala Sheerbahadoersing bleek dat JB Noord tot in ieder geval april van dit jaar niet wist wat de aanleiding van de berisping was. Uiteindelijk beëindigde de organisatie de samenwerking met de berispte jeugdbeschermer.

Werkgever moet berispingen regelmatig controleren

Het tuchtcollege SKJ verwacht een andere houding van instanties als JB Noord. Op de eigen site meldt het dat het tuchtcollege kan besluiten om de werkgever te informeren over berispingen, maar dat dit geen verplichting is. „SKJ wil werkgevers daarom attenderen op het overzicht met alle opgelegde maatregelen en verwacht dat dit regelmatig gecontroleerd wordt.” In dat overzicht staat ook de berisping van de vrouw waar het hier om gaat.

Tweede Kamerleden bezoeken JB Noord

JB Noord is een organisatie die kinderbeschermingsmaatregelen van de rechter uitvoert in Drenthe en Groningen. De organisatie ligt al geruime tijd onder het vergrootglas van onder meer de inspecties Gezondheidszorg en Jeugd en Veiligheid en Justitie vanwege grote zorgen over de kwaliteit. Vorige week werd bekend dat de inspecties het verscherpte toezicht opheffen omdat JB Noord vooruitgang boekt.

De inspecties blijven wel nauw betrokken omdat de kwaliteit op een aantal punten nog onvoldoende is. Daar heeft JB Noord voor een deel invloed op, maar voor een deel ook niet omdat bepaalde vormen van zorg en ondersteuning hier niet snel genoeg beschikbaar zijn voor ouders en kinderen. Maandag om 11.00 uur komen Tweede Kamerleden op uitnodiging van JB Noord langs om bijgepraat te worden over de situatie bij de geplaagde jeugdbeschermingsorganisatie.

De berispte jeugdbeschermer meldt in een reactie aan deze krant dat ze bij haar manager gemeld heeft dat er een berisping met openbaarmaking was opgelegd, maar niet waarom. „We hebben erover gesproken, maar niet op inhoud,” zegt zij. Volgens haar ging een afspraak om daarover verder te spreken niet door. Zij legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij JB Noord: „Ik ben verantwoordelijk om te melden dat er een berisping is. Wat een werkgever daarmee doet, is aan de werkgever.”

Onbegrijpelijk lang

JB Noord laat weten niet inhoudelijk te reageren op individuele zaken vanwege privacy. Wel stelt de organisatie dat berispingen serieus worden genomen en zorgvuldig worden opgevolgd. Volgens JB Noord is een onafhankelijk onderzoek naar individuele dossiers niet mogelijk zonder toestemming van alle betrokken ouders. De organisatie wijst erop dat ouders een klacht kunnen indienen of een handhavingsverzoek kunnen doen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Die reactie stuit op kritiek van Jelle Meij, vertrouwenspersoon tuchtzaken bij Jeugdstem. In een brief namens de moeders aan JB Noord stelt hij dat er mogelijk sprake is van „structurele en zich herhalende procedurele tekortkomingen”. Volgens Meij doet een individueel handhavingsverzoek geen recht aan de omvang van de problematiek, omdat die zich juist over meerdere dossiers lijkt uit te strekken.

Ook zet hij vraagtekens bij de gang van zaken rond de berisping. „Als een berisping openbaar is en inhoudelijk raakt aan het werk, vraagt dat om directe actie van de werkgever,” zegt Meij. „Als het maanden duurt voordat wordt ingegrepen en de inhoud onbekend blijft, moet je je als organisatie afvragen of jouw procedures op orde zijn.”

Bron: DVHN
Bron foto: DVHN
Klik HIER voor het originele artikel van DVHN